ECLI:NL:HR:2012:BV7166
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij opzettelijk niet verstrekken van gegevens
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2007, waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van belangrijke gegevens aan de gemeente Renkum als curator en bewindvoerder.
De aanvrage berust op nieuwe stukken die zouden aantonen dat de aanvrager in 2010 alsnog de gevraagde informatie heeft verstrekt en dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met deze feiten en met jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en gemeentelijke beslissingen.
De Hoge Raad stelt dat herziening slechts mogelijk is bij nieuwe feiten die het ernstig vermoeden wekken dat het oorspronkelijke oordeel onjuist was. Omdat de aangevoerde gronden en stukken reeds in een eerdere herzieningsprocedure zijn beoordeeld en geen nieuw ernstig vermoeden opleveren, wordt de aanvrage niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere veroordeling van de aanvrager tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens het opzettelijk nalaten van het verstrekken van gegevens die van belang waren voor de vaststelling van recht op bijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende nieuwe feiten en bevestigt de eerdere veroordeling.