Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BV7346

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00001
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders stichting en vennootschap wegens toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad

In deze zaak stond de vraag centraal of de bestuurders van een stichting, alsmede een door het bestuur gemachtigde persoon en diens vennootschap, hoofdelijk aansprakelijk konden worden gehouden voor een toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad jegens eiseressen.

De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen, waarna het gerechtshof Amsterdam het geschil behandelde en een arrest uitvaardigde. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door eiseressen. De Gemeente Veenendaal trad op als verweerder in cassatie.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders en de vennootschap.

De kosten van het cassatiegeding werden aan de zijde van de Gemeente vastgesteld op een bedrag van € 2.981,34, bestaande uit verschotten en salaris advocaat. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren van de Hoge Raad op 13 april 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders en vennootschap wordt bevestigd.

Uitspraak

13 april 2012
Eerste Kamer
11/00001
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
DE GEMEENTE VEENENDAAL,
zetelende te Veenendaal,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 160098/HA ZA 03-761 van de rechtbank Utrecht van 30 juli 2003, 19 mei 2004 en 25 juli 2007;
b. het arrest in de zaak 200.004.695 van het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.