ECLI:NL:HR:2012:BV7508
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2010. Verdachte heeft het beroep ingesteld, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft dit oordeel overgenomen en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 3 april 2012.
De beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet naleven van procesvereisten, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.