ECLI:NL:HR:2012:BV8143

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03642
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.152 lid 5 Wet IB 2001
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep gegrond in belastingrechtelijke zaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 9 maart 2012 het beroep in cassatie gegrond verklaard. Het betrof een belastingrechtelijke procedure waarin de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 juli 2010 werd aangevochten. De beschikking waar het om ging, was gebaseerd op artikel 3.152, lid 5, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest het cassatieberoep van eiser tegen het hofarrest gegrond verklaard, waarmee het hofarrest werd vernietigd. Dit betekent dat de Hoge Raad het oordeel van het hof niet in stand hield en de zaak mogelijk terugverwees of anderszins afhandelde.

De uitspraak is onderdeel van een reeks cassatieprocedures, waarbij ook arrest 10/03641 relevant is, waarin een vergelijkbaar cassatieberoep werd behandeld. De zaak betreft complexe fiscale rechtsvragen rondom de toepassing van de Wet IB 2001 en de bevoegdheid van bestuursorganen om beschikkingen te nemen.

Uitkomst: Het cassatieberoep is gegrond verklaard en het hofarrest vernietigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 juli 2010, nr. BK-08/00067, betreffende een beschikking in de zin van artikel 3.152, lid 5, Wet IB 2001.