ECLI:NL:HR:2012:BV8190
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verhogingen inkomstenbelasting 1993-1996 en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990 tot en met 1998, inclusief verhogingen, boetes en heffingsrente, naar aanleiding van het Rekeningenproject betreffende buitenlandse rekeningen bij Kredietbank Luxembourg. Het hof vernietigde deels de aanslagen over 1990-1992 en verminderde de aanslagen en sancties over latere jaren, waarbij het oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor tegoeden na opheffing van rekening-B in 1996.
De Staatssecretaris en belanghebbende stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste bewijslastverdeling had toegepast en dat het oordeel over het ontbreken van tegoeden na 13 november 1996 niet onbegrijpelijk was. Wel constateerde de Hoge Raad dat het hof de beoordeling van de verhogingen voor de jaren 1993 tot en met 1996 onvoldoende had gemotiveerd en in strijd met eerdere arresten had gehandeld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor die jaren en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende het griffierecht voor cassatie vergoed.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt de verhogingen voor 1993-1996 en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.