ECLI:NL:HR:2012:BV8199
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onzakelijke lening onder terbeschikkingstellingsregeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2001 en 2003 navorderingsaanslagen en boetes opgelegd in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Deze aanslagen betroffen onder meer de weigering van afwaardering van geldleningen verstrekt aan vennootschappen waarin belanghebbende een aanmerkelijk belang had.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen ongegrond, en het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat belanghebbende met het verstrekken van leningen een debiteurenrisico liep dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, en dat dit risico werd aanvaard om aandeelhoudersmotieven. Daarmee waren de leningen onzakelijk en was het weigeren van afwaardering terecht.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende die zich tegen dit oordeel richtten, verwijzend naar eerdere arresten. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.