ECLI:NL:HR:2011:BN3442
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke lening en niet-aftrekbaarheid afwaarderingsverlies vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een moedermaatschappij, had aan haar dochtervennootschap A BV een lening verstrekt die het Hof als onzakelijk beoordeelde. De lening werd omgezet in een geldlening met een rente van 5%, maar A BV kon de rente niet voldoen en had een negatief eigen vermogen. Belanghebbende waardeerde haar vordering af wegens dit negatieve vermogen.
De Inspecteur weigerde de aftrek van het afwaarderingsverlies en dit werd door rechtbank en hof bevestigd. De Hoge Raad overwoog dat de civielrechtelijke vorm van de lening leidend is, tenzij sprake is van uitzonderingen zoals schijnlening, winstdelende lening of onzakelijke lening. Hier was sprake van een onzakelijke lening omdat de moedermaatschappij een debiteurenrisico droeg dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren.
De Hoge Raad bevestigde dat bij een onzakelijke lening de rente voor fiscale winstberekening moet worden vastgesteld op een 'at arm's length' niveau, en dat het verlies op de lening niet aftrekbaar is. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat de lening onzakelijk is en het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is, bevestigd.