ECLI:NL:HR:2012:BV9070
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid OM bij onrechtmatige aanhouding in buitenland
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal, nadat verdachte in Duitsland onrechtmatig was aangehouden door Nederlandse opsporingsambtenaren zonder bevoegdheid op buitenlands grondgebied. Het hof had geoordeeld dat dit een onherstelbaar vormverzuim was, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM omdat er geen ernstige schending van de procesorde had plaatsgevonden en het strafbare feit in Nederland was gepleegd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de bescherming van de soevereiniteit van buitenlandse staten niet gelijkgesteld kan worden aan belangen van de verdachte. De toetsing van onderzoekshandelingen in het buitenland richt zich op naleving van Nederlandse rechtsregels en verdragsbepalingen. Het hof had voldoende gemotiveerd dat het vormverzuim niet ernstig genoeg was voor niet-ontvankelijkheid.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie gegrond verklaard, maar zonder rechtsgevolg gezien de lichte straf. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de ontvankelijkheid van het OM en de strafoplegging door het hof.
Uitkomst: Het OM blijft ontvankelijk ondanks onrechtmatige aanhouding in Duitsland; cassatieberoep verworpen.