ECLI:NL:HR:2012:BW0017
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsomvang op grond van rechtsvermoeden bij arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres een verklaring voor recht dat zij vanaf 1 oktober 2008 in vaste dienst is bij Koninklijke TNT Post B.V. voor gemiddeld 23 uur per week, dan wel een door de rechter te bepalen aantal uren, en betaling van achterstallig salaris. De arbeidsovereenkomst vermeldde aanvankelijk een arbeidsomvang van 18 uur per week, maar eiseres stelde dat zij structureel meer uren werkte, gemiddeld 23 uur per week.
De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de verklaring voor recht slechts vanaf 1 juli 2009 kon worden toegewezen, omdat het verzoek om urenuitbreiding op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW pas op die datum was gedaan. Het hof stelde de arbeidsomvang vanaf die datum vast op gemiddeld 21 uur per week.
De Hoge Raad vernietigt dit arrest en stelt dat het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW niet beperkt is tot de datum van het verzoek, zodat een vaststelling ook met terugwerkende kracht mogelijk is. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het verzoek niet eerder toegewezen kon worden, temeer daar het verzoek verband hield met een contract met ingang van 1 oktober 2008. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de arbeidsomvang kan ook met terugwerkende kracht worden toegewezen; het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen.