ECLI:NL:HR:2012:BW0929
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen met verhogingen en boeten opgelegd over de jaren 1991 tot en met 1999 in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het Hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, verminderde de aanslagen en boeten en schold de verhogingen gedeeltelijk kwijt.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën trok haar eigen cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de boeten had beoordeeld zonder rekening te houden met eerdere jurisprudentie, met name het arrest van 15 april 2011. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd voor wat betreft de verhogingen over 1991-1997 en de boeten over 1998-1999.
De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de aanwijzingen van de Hoge Raad. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de Staatssecretaris in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Het verzoek van belanghebbende tot kostenveroordeling van de Staatssecretaris wegens het ingetrokken cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor de verhogingen 1991-1997 en boeten 1998-1999 en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.