ECLI:NL:HR:2012:BW1441
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt correcte toepassing artikel 36f Sr bij strafoplegging
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, gewezen bij verstek. De klacht richtte zich op het vermeende verzuim van het hof om artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het hof dit artikel niet vermeldde, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in de bestreden uitspraak voldoende had voldaan aan de vereisten van artikel 358, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering door artikel 36f Sr te vermelden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het middel feitelijke grondslag mist. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 10 april 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat artikel 36f Sr correct is toegepast en vermeld bij de strafoplegging.