ECLI:NL:PHR:2012:BW1441
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot diefstal met braak en herstelt wettelijke grondslag schadevergoedingsmaatregel
Op 16 september 2008 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden na een inbraakpoging in een bedrijfspand te Leersum. Bij fouillering werden gereedschappen aangetroffen die technisch overeenkwamen met het beschadigde cilinderslot van het pand. Het hof veroordeelde verdachte voor poging tot diefstal door braak en legde een gevangenisstraf van drie maanden op, alsmede een schadevergoedingsmaatregel van €1.260,50.
Verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat verdachte betrokken was bij de poging tot diefstal, mede op basis van het technische sporenonderzoek. Het eerste middel faalde dan ook.
Het tweede middel betrof het ontbreken van art. 36f Sr in de opsomming van wettelijke voorschriften waarop de schadevergoedingsmaatregel was gebaseerd. De Hoge Raad stelde vast dat dit verzuim niet tot vernietiging leidt, omdat hij dit zelf kan herstellen door art. 36f Sr alsnog als grondslag te vermelden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het hof art. 36f Sr niet had vermeld, herstelde dit verzuim en verwierp het cassatieberoep verder. Hiermee blijft de veroordeling en de maatregel in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot diefstal met braak en herstelt het verzuim door art. 36f Sr als wettelijke grondslag voor de schadevergoedingsmaatregel te vermelden.