ECLI:NL:HR:2012:BW2470
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij gebrek aan middelen van cassatie
Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad constateerde dat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie had ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor werd het voorschrift niet nageleefd en kon betrokkene niet worden ontvangen in het beroep.
De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd dat betrokkene niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 17 april 2012.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.