ECLI:NL:HR:2012:BW2470

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02675 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij gebrek aan middelen van cassatie

Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De Hoge Raad constateerde dat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie had ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor werd het voorschrift niet nageleefd en kon betrokkene niet worden ontvangen in het beroep.

De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd dat betrokkene niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 17 april 2012.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

17 april 2012
Strafkamer
nr. S 10/02675
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 1 november 2005, nummer 24/000356-04, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboortedatum] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.