ECLI:NL:PHR:2012:BW2470

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02675 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep inzake profijtontneming

Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft op 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van 1300 euro als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene heeft in het cassatieproces nagelaten tijdig door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie in te dienen. Hierdoor kan betrokkene niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep in cassatie.

Deze zaak is verbonden met een andere strafzaak tegen betrokkene (nummer 10/02668), waarin eveneens een conclusie is uitgebracht. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van tijdige proceshandelingen in cassatieprocedures en de gevolgen van het niet naleven daarvan. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de ontnemingsmaatregel zelf gegeven, omdat de procedurele niet-ontvankelijkheid centraal staat.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 10/02675 P(1)
Mr. Silvis
Zitting 6 maart 2012
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van 1300 euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Namens betrokkene is niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Betrokkene kan derhalve niet ontvangen worden in zijn cassatieberoep.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen betrokkene 10/02668, waarin ik heden eveneens concludeer.