ECLI:NL:PHR:2012:BW2470
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep inzake profijtontneming
Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft op 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van 1300 euro als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene heeft in het cassatieproces nagelaten tijdig door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie in te dienen. Hierdoor kan betrokkene niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep in cassatie.
Deze zaak is verbonden met een andere strafzaak tegen betrokkene (nummer 10/02668), waarin eveneens een conclusie is uitgebracht. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van tijdige proceshandelingen in cassatieprocedures en de gevolgen van het niet naleven daarvan. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de ontnemingsmaatregel zelf gegeven, omdat de procedurele niet-ontvankelijkheid centraal staat.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.