ECLI:NL:HR:2012:BW3730
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake binnendringen en art. 138 Sr
Op 8 mei 2012 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte die was veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep richtte zich op een middel van cassatie dat door de raadsman van de verdachte was voorgesteld. De Advocaat-Generaal Vellinga concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd formeel verworpen.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van het Gerechtshof en sluit het cassatieproces af zonder inhoudelijke behandeling van de aangevoerde rechtsvragen over art. 138 Sr Pro en het binnendringen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.