ECLI:NL:HR:2012:BW3759
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek wegens speculatieve persoonsverwisseling
In deze strafzaak is aan verdachte ten laste gelegd dat hij tussen juni 2004 en mei 2006 te Zwolle meermalen valse inkomstenformulieren heeft opgemaakt en ondertekend met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging verzocht om het horen van zeven getuigen, stellende dat er sprake zou kunnen zijn van persoonsverwisseling tussen verdachte en andere personen met dezelfde achternaam, wat relevant zou zijn voor de omvang en periode van de fraude.
Het hof heeft dit verzoek afgewezen omdat de stelling van persoonsverwisseling te speculatief was. Het hof baseerde zich op verklaringen van getuigen die foto’s van verdachte en andere personen hadden gezien en herkend, en concludeerde dat een persoonsverwisseling niet aannemelijk was. Ook werd overwogen dat het verzoek vooral gericht was op het vaststellen van de omvang en periode van de fraude, en dat daarover voldoende mogelijkheden waren om onduidelijkheden aan te kaarten.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het hof heeft volgens de Hoge Raad de juiste maatstaf toegepast door te oordelen dat de verdachte door het niet horen van de getuigen redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad. De motivering van het hof was toereikend en niet onbegrijpelijk, zodat het middel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het getuigenverzoek wegens onvoldoende onderbouwing van persoonsverwisseling.