ECLI:NL:HR:2012:BW4978

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02136
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beschikking over onder voorlopige voogdij geplaatst kind en gezagsrecht ouders

In deze zaak stond de vraag centraal of de overbrenging van een onder voorlopige voogdij geplaatst kind in strijd was met het gezagsrecht van de ouders, mede in het licht van het Haags kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Verzoekster stelde dat het gezagsrecht was geschonden door de overbrenging van het kind.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. Tegen de beschikking van het hof stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming namen geen verweer in cassatie, terwijl verweerder verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren of te verwerpen.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2012 door raadsheer J.C. van Oven.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere beschikking over de onder voorlopige voogdij geplaatste minderjarige.

Uitspraak

15 juni 2012
Eerste Kamer
11/02136
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats], Ierland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
BUREAU JEUGDZORG, AGGLOMERATIE AMSTERDAM,
gevestigd te Diemen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO AMSTERDAM EN GOOI- EN VECHTSTREEK,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen,
e n t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDE in cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster], Bureau Jeugdzorg, de Raad en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 10-5710 van de rechtbank Amsterdam van 16 september 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.074.477/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 19 april 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bureau Jeugdzorg en de Raad hebben geen verweerschrift ingediend. [Verweerder] heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 8 mei 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 15 juni 2012.