ECLI:NL:HR:2012:BW5329

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01989
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid opzegging huurovereenkomst door vertegenwoordiger verhuurder

In deze zaak stond de geldigheid van de opzegging van een huurovereenkomst centraal, waarbij de vertegenwoordiger van de verhuurder de overeenkomst had opgezegd. De procedure begon bij de kantonrechter te Arnhem met vonnissen van 5 oktober en 21 december 2009, waarna het gerechtshof Arnhem op 30 november 2010 een arrest wees. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door eiseres c.s.

De Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) trad op als verweerder in cassatie en was niet verschenen bij de behandeling van de zaak. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en zijn eiseres c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van Stichting HAN nihil werden begroot. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

29 juni 2012
Eerste Kamer
11/01989
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
STICHTING HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Stichting HAN.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 612372\CV EXPL 09-3647 van de kantonrechter te Arnhem van 5 oktober 2009 en 21 december 2009;
b. het arrest in de zaak 200.059.335 van het gerechtshof te Arnhem van 30 november 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Stichting HAN is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 10 mei 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stichting HAN begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.