ECLI:NL:HR:2012:BW6875

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04721 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak

In deze economische strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het beroep was gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 3 februari 2010.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 5.000 met een proeftijd van twee jaar, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Het arrest is gewezen door de president en raadsheren van de Strafkamer op 12 juni 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen.

Uitspraak

12 juni 2012
Strafkamer
nr. S 10/04721 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 3 februari 2010, nummer 22/003634-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.W.H. Stassen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 5.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 12 juni 2012.