ECLI:NL:PHR:2012:BW6875
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid bezit beschermde zeearenden zonder geldig EG-certificaat
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor het medeplegen van opzettelijke overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, omdat zij beschermde zeearenden bezat zonder geldige vrijstelling. De Hoge Raad bevestigde dat ondanks dat de CITES-documenten administratieve onjuistheden bevatten, deze niet afdoen aan de strafbaarheid van het bezit van de vogels zonder rechtsgeldig EG-certificaat.
De zaak betrof meerdere zeearenden van de soort Haliaeetus pelagicus, beschermd onder Europese en internationale regelgeving. De certificaten van de Estse autoriteiten droegen de code F, wat betekent dat de vogels wel in gevangenschap geboren waren, maar niet voldeden aan de criteria van artikel 24 van Pro de Uitvoeringsverordening. Hierdoor waren de vogels niet vrijgesteld van het verbod op bezit en verwerving.
Verdachte voerde aan dat de vogels bestemd waren voor fokprogramma's en dat de certificaten geldig waren, maar het hof en de Hoge Raad oordeelden dat de voorwaarde in de certificaten die commerciële handel uitsluit, niet werd nageleefd en dat de vogels feitelijk voor commerciële verkoop waren bestemd. Bovendien ontbrak de vereiste toestemming voor vervoer binnen Nederland.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde de strafbaarheid van verdachte, waarbij werd benadrukt dat de complexe Europese regelgeving en de Nederlandse Flora- en faunawet strikte voorwaarden stellen aan het bezit van beschermde soorten. Het beroep op afwezigheid van alle schuld werd afgewezen omdat verdachte op de hoogte was van de beperkingen in de certificaten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen van overtreding van artikel 13 van de Flora- en faunawet wegens bezit van beschermde zeearenden zonder geldig EG-certificaat.