ECLI:NL:HR:2012:BW9243
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling volmacht voor uitbrengen opt-outverklaring in Duisenberg-regeling
In deze zaak staat centraal of namens [verweerder] tijdig een opt-outverklaring is afgelegd conform artikel 7:908 lid 2 BW Pro, en of mr. Rebel daartoe bevoegd was op grond van een volmacht aan mr. Van Dijk van Leaseproces B.V. De Duisenberg-regeling was verbindend verklaard, waarbij een opt-outverklaring uiterlijk 31 juli 2007 moest worden gedaan om niet aan de regeling gebonden te zijn.
[Verweerder] had een volmacht verstrekt aan mr. Van Dijk, met recht van substitutie, om namens hem correspondentie te voeren en een procedure tegen Dexia te starten. Mr. Rebel bracht namens [verweerder] de opt-outverklaring uit, wat door Dexia werd betwist wegens vermeende onbevoegdheid.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat de volmacht niet toereikend was, maar het hof stelde dat de volmacht, mede gelezen in samenhang met de brief waarin was afgesproken dat schikkingen alleen met uitdrukkelijke toestemming konden plaatsvinden, wel de bevoegdheid omvatte om de opt-outverklaring uit te brengen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van Varde af.
Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat het uitbrengen van een opt-outverklaring geen daad van beschikking is in de zin van artikel 3:62 lid 2 BW Pro en dat de volmacht ook niet beperkt hoeft te zijn tot na de verbindendverklaring. Het incidentele beroep van [verweerder] wordt eveneens verworpen, waarbij wordt opgemerkt dat mr. Rebel mogelijk bevoegd was op grond van zaakwaarneming, maar dat het hof hierover geen beslissing heeft genomen.
Tot slot veroordeelt de Hoge Raad beide partijen in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de volmacht toereikend was voor het uitbrengen van de opt-outverklaring.