ECLI:NL:HR:2012:BW9355

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

Op 30 oktober 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2011. De verdachte, die ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd was, had beroep in cassatie ingesteld tegen zijn veroordeling. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van drie jaar en zes maanden naar drie jaar en vier maanden. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen. De middelen van het cassatieberoep konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering.

Ambtshalve oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot de vermindering van de straf. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: De gevangenisstraf is ambtshalve verminderd tot drie jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

30 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/01481
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 maart 2011, nummer 23/000071-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Holland Noord, locatie Zuyder Bos" te Heerhugowaard.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en vier maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 30 oktober 2012.