ECLI:NL:HR:2012:BW9817

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05685
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.127 Wet IB 2001
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen schending discriminatieverbod bij ongelijke behandeling pensioenen en lijfrenten

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank te 's-Gravenhage, die zich onbevoegd verklaarde. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, waarop belanghebbende schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten falen en dat er geen sprake is van schending van het discriminatieverbod bij de ongelijke behandeling van pensioenen en lijfrenten. Er waren geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; geen schending van het discriminatieverbod.

Uitspraak

12 oktober 2012
nr. 11/05685
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X-Y te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 november 2011, nr. BK-11/00040, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen voormelde uitspraak beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 10/2286 IB/PVV). De Rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en, naar de Hoge Raad begrijpt, het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 12 juni 2012 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten falen op de gronden weergegeven in het heden in de zaak 11/05684 gewezen arrest, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.W.C. Feteris, R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2012.