ECLI:NL:HR:2012:BW9842
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- C. Schaap
- P.M.F. van Loon
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Geen kostenaftrek voor waardeloze werknemersopties in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, de moedermaatschappij van een fiscale eenheid, had in 2002 een regeling voor personeelsopties ingesteld die betrekking had op cumulatief preferente aandelen met een preferent dividend van 7 procent. De dochtermaatschappij kende deze opties toe aan zeven personeelsleden. Belanghebbende stelde dat de toekenning van deze optierechten een loonbetaling inhield die in mindering kon worden gebracht op de winst.
De Inspecteur accepteerde deze aftrek niet, waarna de rechtbank het bezwaar gegrond verklaarde. Het hof bevestigde echter dat de optierechten geen waarde in het economische verkeer hadden en dat het forfaitaire waarderingsvoorschrift van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 niet van toepassing was. Hierdoor kon geen aftrek worden verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een juiste waardering had gemaakt en dat het oordeel over de waardeloze opties niet in cassatie kan worden getoetst. Ook het beroep op fraus legis en vertrouwen faalde. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat waardeloze werknemersopties geen aftrekpost vormen in de vennootschapsbelasting.