ECLI:NL:HR:2012:BX0921
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke termijn en schadevergoeding bij naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de periode 20 december 2001 tot en met 31 december 2002, met een boete. Na bezwaar en beroep werd de naheffingsaanslag verminderd en de boete vernietigd. De rechtbank en het gerechtshof Arnhem verklaarden het beroep ongegrond, maar de Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Het verwijzingshof verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof beperkte zich echter ten onrechte tot immateriële schade en zag af van een beslissing over materiële schadevergoeding, ondanks dat het verwijzingsarrest ook betrekking had op materiële schade.
De Hoge Raad oordeelt dat het verwijzingshof de verwijzingsopdracht te beperkt heeft opgevat, maar dat dit geen reden is voor cassatie omdat de materiële schadevergoeding onvoldoende is onderbouwd. De overige klachten falen eveneens, zodat het cassatieberoep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bevestigd.