ECLI:NL:HR:2012:BX0922
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen raadsheren Hoge Raad afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft namens belanghebbende beroep in cassatie ingesteld en vervolgens wraking verzocht van de raadsheren die het arrest zouden wijzen, alsmede van de leden van de wrakingskamer. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tegen haar leden kennelijk misbruik van recht betrof, omdat het was gebaseerd op negatieve kwalificaties zonder feitelijke onderbouwing. Daarom werd dit deel van het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoek tot wraking van de raadsheren Schaap, Feteris en Groeneveld werd eveneens afgewezen. De aangevoerde gronden waren een herhaling van eerdere verzoeken en bestonden uit onconcrete beschuldigingen en ongenoegen over eerdere uitspraken, wat onvoldoende is om rechterlijke onpartijdigheid in twijfel te trekken.
De Hoge Raad stelde vast dat verzoeker zijn bevoegdheid tot het indienen van wrakingsverzoeken misbruikt. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing werd genomen door de president Corstens en raadsheren Van Oven en De Hullu en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 13 juli 2012.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard en wraking van raadsheren afgewezen; geen verdere wrakingsverzoeken toegestaan.