ECLI:NL:HR:2012:BX3868
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn in cassatie zonder gevolgen voor strafvermindering
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad beoordeelde twee middelen, waarvan het eerste middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase vanwege te late indiening van stukken door het hof.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro inderdaad was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. De verdachte was opgelegd meerdere geldboetes en subsidiair hechtenis.
Ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, zag de Hoge Raad geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden, mede gelet op de aard en omvang van de opgelegde straffen. Het beroep werd daarom verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 28 augustus 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad constateert overschrijding van de redelijke termijn in cassatie maar verwerpt het beroep zonder rechtsgevolgen.