ECLI:NL:HR:2012:BX4851

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04409
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak seksuele uitbuiting minderjarige

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin hij werd veroordeeld voor meerdere misdrijven, waaronder het ertoe brengen van een minderjarige zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen tegen betaling. Het hof had een gevangenisstraf van een jaar opgelegd.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot tien maanden en drie weken. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad overweegt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot de strafvermindering. De overige middelen van cassatie slagen niet en behoeven geen nadere motivering.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 13 november 2012.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot tien maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

13 november 2012
Strafkamer
nr. S 10/04409
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 29 maart 2010, nummer 21/004116-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 5 oktober 2007 - de verdachte ter zake van een vijftal misdrijven waaronder 1. (de Hoge Raad leest:) "een ander ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die ander minderjarig is", veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar, met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer als in de bestreden uitspraak omschreven.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Zaltbommel, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van een jaar.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert de duur van de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze tien maanden en drie weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 13 november 2012.