ECLI:NL:PHR:2012:BX4851
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over mensenhandel en bezit kinderporno met vormverzuim en bewijswaardering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin verdachte is veroordeeld voor mensenhandel en bezit van kinderporno. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte minderjarigen heeft gebracht tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling en dat hij in bezit was van seksuele afbeeldingen van minderjarigen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens ernstig vormverzuim bij het verhoor van een getuige, waarbij sprake zou zijn van sturende en suggestieve vraagstelling en onzorgvuldige verslaglegging. De advocaat-generaal en het hof oordeelden echter dat hoewel sprake was van vormverzuim, dit niet ernstig genoeg was om niet-ontvankelijkheid te rechtvaardigen. De verklaringen van de getuige werden uitgesloten als bewijs, maar de geluidsopnamen en verbatim uitwerking bleven bruikbaar.
Verder klaagde de verdediging over de bewijswaardering en de kwalificatie van de feiten, waaronder de leeftijd van de minderjarigen en de aard van de bewezenverklaarde gedragingen. De Hoge Raad verbeterde ambtshalve de kwalificaties en bevestigde de bewijswaardering. Ten slotte werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde straf. De overige middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor mensenhandel en bezit kinderporno, wijzigt kwalificatie en vermindert straf wegens termijnoverschrijding.