ECLI:NL:HR:2012:BX4996
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens onvoldoende feitelijke grondslag in milieuvergunningzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens het opzettelijk overtreden van voorschriften verbonden aan een milieuvergunning. Het hof achtte bewezen dat de verdachte in de periode van december 2005 tot mei 2006 afvalwater loog dat niet via de voorgeschreven controlevoorziening werd geleid en dat de concentraties van onopgeloste bestanddelen en metalen in het afvalwater de toegestane normen overschreden.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de meetresultaten, met name die van 21 december 2005, en stelde dat er geen adequaat onderzoeksrapport of proces-verbaal van bemonstering was overgelegd. Het hof oordeelde echter dat de controlegegevens van het Waterschap, ondersteund door vergelijkbare resultaten van een onafhankelijke controle-instantie, voldoende betrouwbaar waren om als bewijs te dienen.
In cassatie klaagde de verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het standpunt van de verdediging over de onbetrouwbaarheid van de metingen. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel feitelijke grondslag ontbeerde en verwierp het beroep zonder nadere motivering, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.