ECLI:NL:PHR:2012:BX4996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke overtreding van vergunning Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens opzettelijke overtreding van voorschriften verbonden aan een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De overtredingen betroffen het niet leiden van afvalwater via de voorgeschreven controlevoorzieningen en het overschrijden van normwaarden voor onopgeloste bestanddelen, metalen en pH-waarde in het afvalwater.
De verdediging voerde onder meer aan dat de gebruikte monsternameput niet voldeed aan de vergunningsvoorwaarden, dat de meetmethoden niet representatief waren vanwege het gebruik van een 'flow' bij monstername, en dat de meetresultaten niet controleerbaar waren. Het hof verwierp deze verweren op basis van ambtshalve processen-verbaal, rapportages van controle-instanties en deskundigenverklaringen.
De Hoge Raad concludeert dat de middelen van cassatie geen feitelijke grondslag hebben en dat het hof de bewijsmiddelen voldoende betrouwbaar heeft geoordeeld. Hoewel het hof niet expliciet op alle verweren is ingegaan, leidt dit niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geldboete van €7.000 opgelegd aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €7.000 voor opzettelijke overtreding van voorschriften bij de vergunning Wet verontreiniging oppervlaktewateren.