ECLI:NL:HR:2012:BX5113
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep cassatie in zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Op 2 oktober 2012 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 november 2010. De zaak betrof een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene. De betrokkene had beroep in cassatie ingesteld, bijgestaan door zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. Hiermee blijft de beslissing tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ongewijzigd. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.