ECLI:NL:HR:2012:BX5415
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte heeft echter geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het ontbreken van tijdige indiening van middelen een schending is van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep. De Hoge Raad verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, en uitgesproken op 2 oktober 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen.