ECLI:NL:PHR:2012:BX5415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken wegens medeplegen van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijf in Nederland van personen waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hun toegang of verblijf wederrechtelijk was. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep, omdat binnen de door artikel 437, tweede lid, Sv gestelde termijn geen schriftuur houdende middelen zijn ingediend. De aanzegging van de termijn is tijdig betekend, maar de vereiste stukken zijn uitgebleven.
Hierdoor kan de Hoge Raad het cassatieberoep niet inhoudelijk behandelen en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt vermeld dat de zaak samenhangt met andere zaken tegen medeverdachten, waarvoor gelijktijdig conclusies zijn genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.