ECLI:NL:PHR:2012:BX5415

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00537
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken wegens medeplegen van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijf in Nederland van personen waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hun toegang of verblijf wederrechtelijk was. Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep, omdat binnen de door artikel 437, tweede lid, Sv gestelde termijn geen schriftuur houdende middelen zijn ingediend. De aanzegging van de termijn is tijdig betekend, maar de vereiste stukken zijn uitgebleven.

Hierdoor kan de Hoge Raad het cassatieberoep niet inhoudelijk behandelen en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt vermeld dat de zaak samenhangt met andere zaken tegen medeverdachten, waarvoor gelijktijdig conclusies zijn genomen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 11/00537
Mr. Vegter
Zitting: 3 juli 2012 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage, zitting houdende te Amsterdam heeft bij arrest van 26 januari 2011 verdachte wegens 2, "plegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijven in Nederland of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is" en "medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijven in Nederland of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het Hof een beslissing genomen over enkele in beslag genomen voorwerpen, als in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (11/00654) en [medeverdachte 2] (11/04475), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede, op 28 januari 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 19 oktober 2011 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG