ECLI:NL:HR:2012:BX5553

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03183
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437.2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen van cassatie

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof een strafzaak waarbij verdachte gedetineerd was in de Penitentiaire Inrichting Overijssel te Zwolle.

De verdachte heeft echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president van Dorst als voorzitter en raadsheren Buruma en Jörg, en uitgesproken op 9 oktober 2012.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie.

Uitspraak

9 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/03183
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 28 juni 2011, nummer 21/004228-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overijssel, locatie Zwolle" te Zwolle.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld namens de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 oktober 2012.