ECLI:NL:PHR:2012:BX5553

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03183
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 13 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen

Verzoeker is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden wegens diefstal met geweld, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, schuldheling en opzetheling. Tevens is een voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen ten uitvoer gelegd en een vordering van de benadeelde partij toegewezen.

Verzoeker stelde tijdig beroep in cassatie in, maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging. Volgens artikel 437, tweede lid, Sv leidt het ontbreken van een schriftuur houdende middelen tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar dit verandert niets aan de niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van de vereiste schriftuur.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 11/03183
Mr. Hofstee
Zitting: 21 augustus 2012 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Verzoeker is bij arrest van 28 juni 2011 door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem wegens 1. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", 2. "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie", 3. "schuldheling" en 4. "opzetheling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en zes maanden. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen gelast, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/03309, 11/03317, 11/03183 en 11/03184. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG