ECLI:NL:HR:2012:BX6705
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vrijval herinvesteringsreserve bij ontvoeging fiscale eenheid moedermaatschappij
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, verkocht in 2006 een kantoorpand en vormde een herinvesteringsreserve. In 2007 werd de dochtermaatschappij A ontvoegd uit de fiscale eenheid na verkoop van haar aandelen. De Inspecteur liet de herinvesteringsreserve vrijvallen in de winst van belanghebbende. Zowel rechtbank als hof bevestigden dit.
Het geschil betrof of het herinvesteringsvoornemen op het moment van ontvoeging nog bestond. Het hof oordeelde op basis van notulen dat belanghebbende het voornemen vóór ontvoeging had laten varen, wat in cassatie niet ter discussie stond. De Hoge Raad bevestigde dat de herinvesteringsreserve moet worden vrijgevallen in de belastbare winst van belanghebbende.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie dat het herinvesteringsvoornemen op de balansdatum aanwezig moet zijn om de reserve te behouden. Bij ontvoeging wordt het lopende boekjaar van de dochter afgesloten en beoordeeld of de voorwaarden voor instandhouding van de reserve zijn vervuld.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de herinvesteringsreserve bij ontvoeging van de dochter uit de fiscale eenheid moet worden vrijgevallen.