ECLI:NL:HR:2012:BX6756
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. Het cassatieberoep richt zich niet tegen de vrijspraak van moord, maar tegen de opgelegde gevangenisstraf. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de strafduur betreft, vermindering van de straf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvindt. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van tien jaren naar negen jaren en acht maanden.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover het de duur van de straf betreft en wijzigt deze in de genoemde zin.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen jaren en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.