ECLI:NL:PHR:2012:BX6756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen doodslag zonder voorbedachte rade in Groningen
In de nacht van 19 op 20 juni 2009 hebben verdachte en zijn mededader in een café te Groningen een man, het slachtoffer, met messteken, schoppen, slagen en kopstoten aangevallen, waardoor het slachtoffer overleed. Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte bewust en nauw samenwerkten, waarbij medeverdachte het fatale messteekletsel toebracht en verdachte zelf ook ernstig geweld gebruikte.
Het hof veroordeelde verdachte voor medeplegen van doodslag tot tien jaar gevangenisstraf, maar sprak hem vrij van moord wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachten rade. De verdediging voerde aan dat sprake was van gebrek aan opzet op de dood en dat verdachte niet wist dat medeverdachte een mes bij zich had.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn voor cassatie was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt. Daarnaast verwierp de Hoge Raad de klachten over de bewijsvoering en motivering van het hof, bevestigde de wettigheid en overtuigingskracht van de bewezenverklaring en handhaafde het oordeel over medeplegen van doodslag zonder voorbedachten rade.
Uitkomst: De Hoge Raad mat de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar bevestigde de veroordeling voor medeplegen van doodslag zonder voorbedachten rade.