ECLI:NL:HR:2012:BX7851
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bodemrecht bij financial lease en opeising van leasezaken voorafgaand aan bodembeslag
In deze zaak stond centraal de vraag of het bodemrecht van de Belastingdienst ingevolge art. 22 lid 3 Invorderingswet Pro 1990 prevaleert boven de rechten van een leasegever bij een financial lease.
ABN AMRO Lease had twee machines in financial lease gegeven aan Malatex, die deze machines in een bedrijfspand plaatste en doorverhuurde aan DPS. Na betalingsproblemen beëindigde ABN AMRO Lease de leaseovereenkomst en eiste de machines op. Kort daarna legde de Belastingdienst bodembeslag op de machines ter voldoening van naheffingsaanslagen bij Wafim en DPS, waarna ABN AMRO Lease de machines onderhands kocht.
De rechtbank had de vorderingen van ABN AMRO Lease tot onrechtmatige daad en schadevergoeding toegewezen, maar het hof wees deze af. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de beëindiging van de leaseovereenkomst en opeising niet leiden tot het verkrijgen van reële eigendom door ABN AMRO Lease in de zin van de Leidraad Invordering 1990, zodat het bodemrecht van de Belastingdienst niet wijkt.
De Hoge Raad benadrukt dat het bodemrecht zich uitstrekt tot zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden, ongeacht of de economische eigendom geheel of gedeeltelijk bij de belastingschuldige ligt, tenzij sprake is van reële eigendom van een derde. De klachten van ABN AMRO Lease worden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het bodemrecht van de Belastingdienst prevaleert boven de rechten van de leasegever bij financial lease zolang de zaken zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden.