ECLI:NL:HR:2012:BX7943
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid en tijdigheid melding betalingsonmacht volgens Invorderingswet 1990
Belanghebbende was bestuurder van een failliete BV die haar loon- en omzetbelasting over 2006 niet volledig betaalde. De BV meldde betalingsonmacht voor mei 2006 te laat, waarna de ontvanger belanghebbende aansprakelijk stelde op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat de melding te laat was en niet rechtsgeldig, waardoor aansprakelijkheid bleef bestaan. Het hof oordeelde ook dat artikel 36 lid 4 niet Pro in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Hoge Raad oordeelt dat een tijdige melding van betalingsonmacht voor een bepaald tijdvak ook geldt voor latere tijdvakken zolang de ontvanger niet schriftelijk anders meedeelt. De te late melding over mei 2006 is daarom niet relevant voor latere tijdvakken. Tevens moet het hof onderzoeken of de ontvanger een verzoek om nadere inlichtingen heeft ontvangen. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat artikel 36 lid 4 Invorderingswet Pro 1990 geen strijd oplevert met het EVRM, omdat de regeling voldoende procedurele garanties biedt voor effectieve betwisting van aansprakelijkstelling.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming dat een te late melding voor een tijdvak wel geldt voor latere tijdvakken.