ECLI:NL:HR:2012:BX9197
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afvalstoffenbelasting bij sanering voormalige stortplaats als werk of inrichting
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen en een boete opgelegd voor afvalstoffenbelasting over de jaren 1999 tot en met 2004. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de naheffingsaanslagen en boetebeschikking, oordelend dat de locatie een 'werk' was en geen 'inrichting' in de zin van de Wet belastingen op milieugrondslag. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de locatie moet worden aangemerkt als een werk, omdat de afvalstoffen werden gebruikt voor het aanbrengen van een bovenafdichting in het kader van sanering, en niet voor heropening van de voormalige stortplaats. Het hof had geoordeeld dat de afvalstoffen nuttig werden hergebruikt en dat de locatie een speciale afzonderlijke locatie betrof.
De Hoge Raad verwierp de argumenten dat sprake zou zijn van een inrichting omdat afvalstoffen werden gebruikt voor een eindafwerkingslaag of omdat afvalstoffen op de locatie werden opgeslagen om eeuwigdurend te blijven. De oordelen van het Hof bevatten geen onjuiste rechtsopvattingen en zijn niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees af dat proceskosten worden toegewezen. Het arrest bevestigt de uitleg van artikel 12, lid 1, letter c, van de Wet belastingen op milieugrondslag in relatie tot sanering en afvalstoffenbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de locatie als werk moet worden aangemerkt, waardoor geen afvalstoffenheffing verschuldigd is.