ECLI:NL:HR:2012:BX9301
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verstekverlening bij onjuiste vermelding sanctie niet tijdige griffierechtbetaling
In deze cassatieprocedure stelde eiser beroep in tegen arresten van het gerechtshof Amsterdam. De gemeente, verweerder in cassatie, verscheen niet op de zitting, waarna eiser verstekverlening tegen de gemeente verzocht. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verstekverlening.
De kernvraag betrof de cassatiedagvaarding waarin, naast de juiste sanctie van verval van het recht om in cassatie te komen bij niet tijdige betaling van griffierecht, ook een niet toepasselijke sanctie werd vermeld, namelijk dat de rechter verstek verleent en het verweer buiten beschouwing blijft. De Hoge Raad onderzocht of deze onjuiste vermelding een gebrek oplevert dat tot nietigheid van de dagvaarding leidt.
De Hoge Raad oordeelde dat deze onjuiste vermelding niet tot nietigheid leidt, mede gelet op de ratio van art. 407 lid 2 Rv Pro, die beoogt de verweerder te informeren over de sanctie bij niet tijdige betaling. De vermelding van niet toepasselijke sancties naast de juiste sanctie vormt geen grond om verstek te weigeren.
De zaak werd verwezen naar de rol voor voortprocederen en verstek werd verleend tegen de gemeente. Tevens werd gewezen op een wetsvoorstel tot wijziging van het griffierechtenstelsel dat de sanctie zou uitbreiden.
Deze uitspraak verduidelijkt de vereisten aan de inhoud van een cassatiedagvaarding en bevestigt dat een onjuiste vermelding van sancties niet automatisch leidt tot nietigheid.
Uitkomst: Hoge Raad verleent verstek tegen de gemeente ondanks onjuiste sanctievermelding in cassatiedagvaarding.