ECLI:NL:HR:2012:BY0235
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Oordeel over overschrijding redelijke termijn in cassatie strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelde het middel dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad achtte het middel gegrond en erkende de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Gezien de aard van de opgelegde straf, bestaande uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een taakstraf van tachtig uur (subsidiair veertig dagen hechtenis), en de mate van overschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.
Daarom volstond de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn was overschreden en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 20 november 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden maar verwerpt het cassatieberoep zonder rechtsgevolgen.