ECLI:NL:HR:2012:BY1209
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid ontslag op staande voet en loondoorbetaling
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO Bank N.V. en een voormalige werknemer die op 7 februari 2001 in dienst trad. De werknemer werd op 12 juni 2006 op staande voet ontslagen wegens vermeende overtreding van gedragsregels tijdens arbeidsongeschiktheid, waaronder het niet bereikbaar zijn voor controle door de arbodienst.
De werknemer betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en vorderde loonbetaling. De kantonrechter oordeelde aanvankelijk in haar voordeel, maar het gerechtshof stelde ABN AMRO in het gelijk en wees de loonvordering af. Vervolgens stelde de werknemer beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de door ABN AMRO aangevoerde gronden niet voldoende waren vastgesteld of niet ernstig genoeg waren. Tevens werd geoordeeld dat ABN AMRO vanaf 12 juni 2006 niet bevoegd was om de loonbetaling op te schorten. De loonvordering over de periode van 1 tot en met 11 juni 2006, inclusief vakantiegeld, werd eveneens toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van ABN AMRO en veroordeelde de bank in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van de wettelijke vereisten bij ontslag op staande voet en de bescherming van werknemersrechten bij arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en ABN AMRO is veroordeeld tot loondoorbetaling over juni 2006.