ECLI:NL:HR:2012:BY2067

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05112
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

In deze cassatiezaak heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat dit aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. De straf werd verminderd van elf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, tot tien maanden en twee weken met dezelfde voorwaarden.

Voor het overige werd het beroep verworpen omdat geen andere rechtsvragen waren die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bevestigde de rest van het arrest.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 27 november 2012.

Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot tien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

27 november 2012
Strafkamer
nr. S 11/05112
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 februari 2011, nummer 22/002194-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.A. Oosterveen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2. Het middel is in zoverre gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van elf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2.3. Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze tien maanden en twee weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 november 2012.