ECLI:NL:HR:2012:BY2067
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze cassatiezaak heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat dit aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. De straf werd verminderd van elf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, tot tien maanden en twee weken met dezelfde voorwaarden.
Voor het overige werd het beroep verworpen omdat geen andere rechtsvragen waren die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bevestigde de rest van het arrest.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 27 november 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot tien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.