ECLI:NL:PHR:2012:BY2067
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie. Het hof legde een gevangenisstraf van elf maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest, met als hoofdklacht dat de strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn onbegrijpelijk was gemotiveerd en dat ook in cassatie de redelijke termijn was overschreden door te late indiening van stukken bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht een strafvermindering van één maand toepaste vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in het hoger beroep en dat deze strafvermindering begrijpelijk is gemotiveerd.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de termijn voor het inzenden van de cassatieprocesstukken naar de Hoge Raad is overschreden, waardoor ook in cassatie sprake is van schending van de redelijke termijn. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf naar aanleiding van deze termijnoverschrijding. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf werd verminderd met één maand wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij een deel van de straf voorwaardelijk werd opgelegd.