ECLI:NL:HR:2012:BY2583

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00298
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot verwijdering schotelantenne door huurder bevestigd

In deze zaak stond de vraag centraal of de huurder gehouden was een schotelantenne te verwijderen. De kantonrechter te Brielle had de huurder veroordeeld tot verwijdering van de schotelantenne, een vonnis dat later door het gerechtshof te 's-Gravenhage werd bekrachtigd.

De huurder stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Stichting De Leeuw van Putten, als verweerster, verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de huurder niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De huurder werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de huurder gehouden is de schotelantenne te verwijderen, en onderstreept het belang van rechtszekerheid en consistentie in de rechtspraak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de veroordeling tot verwijdering van de schotelantenne blijft in stand.

Uitspraak

21 december 2012
Eerste Kamer
12/00298
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
de stichting STICHTING DE LEEUW VAN PUTTEN,
gevestigd te Spijkenisse,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. G.R. den Dekker en mr. L.B. de Graaf.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 965409 CV EXPL 09-1013 van de kantonrechter te Brielle van 3 november 2009 en 15 juni 2010;
b. het arrest in de zaak 200.073.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Stichting mede door mr. T. Raats, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.