ECLI:NL:HR:2012:BY2727
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen boetebeschikking en ongegrondverklaring navorderingsaanslag
Ten name van de erflater is over het jaar 2004 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete. Na bezwaar zijn deze door de Inspecteur gehandhaafd, maar de Rechtbank te Haarlem verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, en verminderde zowel de navorderingsaanslag als de boete.
Het Hof vernietigde vervolgens de uitspraak van de Rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde opnieuw de Inspecteur's uitspraken en stelde de navorderingsaanslag en boete op een hoger bedrag vast. Belanghebbenden stelden beroep in cassatie in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is voor zover het de boetebeschikking betreft, omdat deze na het instellen van het beroep in cassatie door de Inspecteur was vernietigd. Voor het overige verklaarde de Hoge Raad het beroep ongegrond. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van rechtsbijstand aan belanghebbenden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk voor het deel over de boetebeschikking en ongegrond voor het overige.