ECLI:NL:HR:2012:BY2803
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2011. Namens de verdachte heeft mr. M.C. van der Want een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, en uitgesproken op 11 december 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.